Ontwormen
en resistentie bij schapen
Resistentie
van maagdarmwormen tegen anthelmintica (ontwormingsmiddelen) is in de grote
schapenlanden inmiddels een gigantisch probleem. Er zijn landen waar bijna geen
middelen meer werken. Resistentie komt ook in Nederland geregeld voor. Factoren
die de resistentie ontwikkeling bevorderen zijn:
-
de
gebruikte dosering: onderdoseringen veroorzaken gemakkelijk resistentie;
-
het
aantal uitgevoerde behandelingen: naarmate de behandelingsfrequentie
toeneemt, neemt ook de kans op resistentie toe;
-
het
gedeelte van de totale populatie dat aan een behandeling wordt
blootgesteld. De lebmaagworm Haemonchus contortus overwintert in een
ruststadium in het schaap. Een onderdosering van een ontworming middel
rond de lammer tijd leidt gemakkelijk tot resistentie, omdat op dat moment
de hele wormpopulatie een onderdosering krijgt.
Het
is van belang dat schapenhouders met bovenstaande factoren rekening houden. Bij
twijfel over te gebruiken middelen en de toepassing daarvan kunnen zij beter in
overleg met hun dierenarts een ontworming schema opstellen. Een ontwormingsschema
aan het begin van het seizoen ziet er als volgt uit:
-
ontworm
de ooien voor ze met de lammeren naar buiten gaan;
-
breng
de schapen met lammeren naar buiten op een perceel waar de wormdruk zo laag
mogelijk is
-
ontworm
de lammeren op een leeftijd van vier tot zes weken; op het moment van
ontwormen moeten ze minimaal twee weken buiten zijn geweest
-
gebruik
een goed wormmiddel in een goede dosering.
De
rest van het ontworming schema is afhankelijk van uw bedrijfssituatie.
Uw
dierenarts kan u daarover adviseren.
|