www.schapen.nl www.schapen.pagina.nl |
|
De geboorte van lammeren
Ongeveer 50% van alle arbeid bij het houden van schapen komt
tot uiting in de lammertijd. Een korte lammertijd geeft minder werk. Bij
sommige schapenrassen komen veel geboorte moeilijkheden voor met name door
verkeerde liggingen. Vooral eenling lammeren worden dan moeilijk geboren,
zeker bij een hoog voederniveau van de hoogdrachtige ooi. Dit komt doordat
eenlingen zeer grote lammeren zijn en door het hoge voederniveau raken de
lammeren bekneld door de volle maag inhoud.
Voorbereiding.
De lammertijd moet goed voorbereid worden. Niet alleen de
(kraam)stal moet in orde zijn, ook alle mogelijke hulpmiddelen en
ontsmettingsmiddelen moeten voor de lammertijd aanwezig zijn.
In het materiaal kastje behoort aanwezig te zijn:
jodiumtinctuur, glijmiddel, lange handschoenen, ontsmette touwtjes,
ademhalingstimulerend middel, baarmoederpillen enz..
Het is van belang om de uiers van de ooien voor de dektijd en
na het lammeren te controleren. om niet voor verrassingen te staan. Als de ooi
geen melk kan geven kan het lam overgewend worden. Als er een andere ooi is
die net is bevallen kan zij namelijk dat lam overnemen. Is dit niet mogelijk
dan dient men minimaal 3 keer per dag poedermelk via de fles te geven en dit
langzaam af te bouwen tot het tijd is om over te gaan op bix dit dient ook
langzaam opgebouwd te worden. dus terwijl je de fles afbouwt, bouw je dit bix
op.
De geboorte
Enkele verschijnselen die aangeven dat de geboorte op komst
is:
Afzondering - het schaap is
een kudde dier. Als het zich afzondert van de kudde is er iets aan de hand.
Dit kan de naderende bevalling zijn, maar kan ook duiden op ziekte.
Onrust - Het schaap wordt
onrustig en zoekt een plaats om te werpen. Andere ooien worden soms weg
gejaagd. Het schaap gaat vaak liggen, staat weer op, loopt een rondje en
gaat weer liggen.
Krabben - De ooi krabt met de
voorpoten in het stro.
Rondlopen - vaak loopt de ooi
steeds rondjes, soms zelf zo vaak dat het aan de ligging van het stro te
zien is.
Likken - De ooi likt met
de tong langs haar lippen.
Omkijken - het schaap kijkt om
naar de buik, want ze voelt daar iets vreemds.
Men beweert dat een geboorte vlotter verloopt als de ooi in
de koppel blijft tijdens de geboorte van de lammeren en pas daarna in een
apart kraamhok wordt geplaatst. Dit heeft ook als voordeel dat de
kraamhokjes niet zo nat worden van het vruchtwater.
Indien er niet veel controle op de schapen is kan het
gebeuren dat andere hoogdrachtige ooien een lam van een ander adopteert.
Na een draagtijd van ongeveer 5 maanden min vijf dagen worden
de lammeren geboren.
Bij de geboorte worden drie perioden onderscheiden:
de voorbereiding - de uier
zwelt , de uierhuid wordt rood en strak gespannen. Het weefsel rondom de
geboorteweg wordt losser en de kling wordt rood en zwelt op.
het ontsluitingsstadium - nu
wordt de baarmoeder door weeën geopend. De vruchtblazen worden in de schede
geperst en zullen tenslotte door de verhoogde druk springen. Dit stadium
duurt enige uren en de schapen hebben de neiging zich af te zonderen.
de uitdrijving - het
schaap is erg onrustig. De weeën worden ondersteund door de buikpers en
daardoor komt de vrucht in de schede om vervolgens naar buiten te worden
geperst. De duur van deze periode varieert van een half uur tot enige uren. De
meeste lammeren (90%) worden in de kopligging geboren, dit is de normale
bevalling. De andere 10% in stuitligging, dit is een abnormale ligging
waarbij hulp nodig is.
De nageboorte komt bij eenlingen ongeveer een half uur
tot enkele uren na de geboorte. Bij meerlingen enkele uren na de
geboorte van het eerste lam. Na de geboorte trekt de baarmoeder samen.
Geboorte problemen.
Geboorte problemen kunnen optreden
door:
a. afwijkende liggingen
b. te grote vruchten
c. onvoldoende sluiting
d. misvormingen
Bij problemen door de laatste gevallen zal er een dierenarts
bij moeten komen om hulp te bieden. Door afwijkende liggingen kan er zelf
geholpen worden het lam ter wereld te brengen.
Liggingen.
Belangrijk: voordat je een dier gaat verlossen
moet je er altijd zeker van zijn in welke ligging het lammetje zich
bevindt.
Kopligging - dit is de
normale ligging. Bij deze ligging ligt het lam met gestrekte pootjes onder
kop en recht voor het geboorte kanaal. Als het lam goed ligt en er verder
geen bovenstaande problemen voordoen, wordt het lam vanzelf ter wereld
gebracht zonder enige hulp. Dan komen eerst de 2 voorpootjes en dan de kop
en uiteindelijk de rest van het lammetje.
Stuitligging - bij deze
ligging ligtt het dier met zijn achterpoten naar het geboortekanaal toe. Het
dier kan met enige trekkracht in deze ligging ter wereld gebracht worden.
Hierbij moet wel opgelet worden dat de navelstreng kan afbreken, dus het
dier dan geen lucht krijgt en dit dus snel gebeuren.
Deze ligging is te herkennen dankzij de hoeven waarvan de
klauwtjes naar beneden zijn gericht.
Carpaalligging - bij deze
ligging heeft een voorbeentje of beide zich niet gestrekt maar ligt gebogen
in het schoudergewricht. De elleboog en de voorknie liggen naast de hals en
borst. Hierbij is enige hulp nodig. Het pootje dient goed gelegd te worden,
door de voorknie eerst wat omhoog te brengen langs de hals en het klauwtje
in gebogen toestand naar voren trekken en dan kan het pootje gestrekt worden
in het geboortekanaal. Met behulp van enige trekkracht, maak gebruik van de
weeën, wordt het dier normaal geboren.
Schouderligging - hierbij
zijn de voorpootjes sterk gebogen in het schoudergewricht en liggen ze
geheel langs de romp teruggeslagen. De kop moet worden terug geduwd de
baarmoeder in voor voldoende ruimte. Maar als de baarmoeder al te ver is
samengetrokken pas dan op met baarmoeder scheuringen. De voorknie dient naar
voren gehaald te worden, zodat het dier in de carpaalligging komt te liggen.
En dan kan het dier op dezelfde manier als bij de carpaal ligging
geboren worden.
Tarsaalligging - dit houd
in dat een achterpootje of beide van een lam in stuitligging zich niet heeft
gestrekt, maar gebogen ligt in het heupgewricht. De knie en de hak
liggen opgevouwen onder de buik van het lam. Het lam moet bij deze ligging
eerst voldoende worden terug geduwd voor de ruimte. Het onderpootje
haal je langs de baarmoederwand naar je toe, hierbij moet het pootje zoveel
mogelijk gebogen blijven ter bescherming van de baarmoeder. Het pootje wordt
dan in de geboorteweg gestrekt. Het lam wordt dan in de stuitligging
geboren.
Heupligging - het achterpootje
is sterk gebogen in het heupgewricht en ligt geheel langs de romp terug
geslagen. Het lam ligt hierbij ook in stuitligging. Er is weer voldoende
ruimte nodig, dus dient het lam terug geduwd te worden. Je probeert dan de
hak naar je toe te trekken, hierdoor komt het lam in de tarsaalligging
terecht. De tarsaalligging wordt op de boven genoemde manier goed gelegd en
verlost.
Teruggeslagen kop - dit
ontstaat wel eens wanneer men te vroeg aan de voorpootjes trekt terwijl
de baarmoeder nog niet genoeg is samengetrokken en het schaap nog niet
perst. De kop moet eerst goedgelegd worden voordat je er trekkracht op
uitoefent. Ook hierbij is er weer ruimte nodig. De kop moet voorzichtig
onderlangs naar je toe gehaald worden en dan het lam op de normale manier
verlossen, pas wel op dat de kop niet weer terug schiet of niet mee komt.
Schouder/elleboogligging - hierbij
zijn de voorpootjes niet helemaal gestrekt. De voorpootjes zijn dan gebogen
in de schouder(s) en elleboog(en). Het snoetje ligt dan ter hoogte van de
klauwtjes. In deze gevallen worden de lammeren meestal spontaan geboren. Is
dit niet het geval dan moet het lam een stukje terug geduwd worden en de
beide pootjes moeten dan gestrekt worden. Daarna wordt het lam vlot geboren
in de normale kopligging.
Opmerkingen en raad m.b.t. het verlossen;
> Werk hygiënisch. Zorg voor kortgeknipte nagels en goed
gewassen handen.
> Hulp is alleen verantwoord wanneer de geboorteweg en
baarmoedermond ruim genoeg zijn voor de hand. Forceer niets!!!
> Indien nodig het lam terug duwen in de baarmoeder.
Let op dat de baarmoederwand dun en kwetsbaar is, dus snel scheurt.
> Slaagt je poging tot verlossen van een schaap niet,
blijf dan niet doorgaan, maar roep deskundige hulp in.
> Beter 1 keer lang voelen dan een paar keer
kort.
Bij een moeilijke bevalling kunt u het volgende doen:
Biest is heel belangrijke voeding voor pas geborenen lammeren. Het bevat de hoognodige vitaminen en antistoffen en is rijk aan energie. Bij het afkolven nooit de biest opwarmen in een magnetron, liever au-bain-marie. Heeft u geen schapen die buiten kunnen aflammeren, inspecteer dan vooraf of de stal in orde is. Maak deze schoon en leg er vers stro in en ventileer de ruimte goed. Kijk of de ooi met lam[meren] voldoende ruimte heeft. Goede verlichting is ook heel belangrijk. Ooien die verwerpen dienen apart te worden gezet en de plek van verwerpen dient erg goed ontsmet te worden gemaakt. Ooien die al ver in hun dracht zijn hebben steeds meer behoefte aan schoon drinkwater. Geef dit in ruime mate. Verzorging van pasgeboren lammerenWanneer
de ademhaling direct na de geboorte niet of niet goed op
gang komt dan is het verstandig om het lam bij de achterpoten beet te
pakken, de kop even kort onder te dompelen in koud water en daarna heen en weer
te slingeren. Verwijder ondertussen het slijm uit de bek en neus. Leg na circa
30 seconden het lam in borstbuikligging op de grond en dien bijvoorbeeld
Pro-Atman ademstimulans toe in de bek en beide neusgaten (evt. na 30 seconden
herhalen). Je kunt het lam beademen door achter het lam te gaan staan en je
vingers achter de ribboog te haken en naar buiten te trekken en met de vlakke
handen de ribwanden weer samen te drukken. Dit met een frequentie van +/- 10
beademingen per minuut. Daarnaast
is het belangrijk om zwakke lammeren warm te houden met behulp van een
warmtelamp en direct biest te geven. Wanneer
een ooi te weinig biest heeft, kun je het lam een zakje kunstbiest geven. In 1
zakje zit voldoende om één lammetje voldoende antistoffen te geven. Daarna kun
je overschakelen op lammerenkunstmelk. Rond
de geboorte en de eerste dagen daarna is het zeer belangrijk dat het hok waarin
ooi en lam(meren) verblijven schoon en droog is door ruim op te strooien met
stro. Dit voorkomt diarree en navelinfecties bij lammetjes. De kans op een
navelinfectie kun je ook verkleinen door de navel direct na de geboorte te
ontsmetten met jodium of CTC spray. Een navelinfectie kan naast algeheel ziek
zijn ook de oorzaak zijn van Controleer
altijd +/- 4 uur na de geboorte of een lam gedronken heeft. Bij twijfel het
schaap melken en het lam de fles geven (eventueel met maagsonde). Lammeren
die nooit gedronken hebben na de geboorte gaan vaak +/- 24 uur na de geboorte
dood aan onderkoeling. Het is bekend dat u met goede hygiëne en goede nazorg
direct na de geboorte, de uitval na de geboorte zeer laag kunt houden. Opfok van
lammeren met kunstmelkpoeder.
Lammermelkpoeder
is geschikt voor fles- en voorraadvoedering (lambar). Per liter benodigde
lammermelk is eerst 125 gram poeder nodig, als het lam goed drinkt en normale
ontlasting heeft kunt u overgaan op 200 gram.(na ongeveer 3- 5 dagen). De
poeder aanmaken in circa de helft van de benodigde hoeveelheid water van 65
graden. Na mengen aanvullen met koud water tot omgevingstemperatuur. Zonodig
eerst laten afkoelen.
Voederadvies
bij flesvoedering:
Let op: dit is een richtlijn kleine
aanpassingen zijn altijd mogelijk. De opfok van lammeren |
|